Skip to main content

Naast brandweerzorg maakt risico- en crisisbeheersing deel uit van de veiligheidsregio. Naar aanleiding van de recente grootschalige crises hebben de veiligheidsregio’s en ministerie J&V gekeken naar de positie en de inzet van de veiligheidsregio’s. Naast het bestrijden van fysieke flitscrises (branden, ongevallen, max 48 uur) wordt de veiligheidsregio ingezet ten behoeve van het bestrijden van meer langdurige, maatschappelijk georiënteerde, landelijke crises (corona, vluchtelingenproblematiek).

De afgelopen jaren zijn alle veiligheidsregio’s geconfronteerd met extra taken. Deze taken hebben vooral betrekking op het permanent monitoren van nieuwe risico’s, het ontwikkelen van scenario’s, het bovenregionaal en landelijk met elkaar afstemmen en het leveren van stuurinformatie aan het rijk. Ook ten aanzien van risico- en crisiscommunicatie en bevolkingszorg is de afgelopen jaren vol ingezet.

Kortom: er wordt om een andere inzet van de veiligheidsregio’s gevraagd dan voorheen.

De inzet bij landelijke en langdurige crises heeft een grote wissel getrokken op de capaciteit van de veiligheidsregio’s en flexibiliteit van (en werkdruk bij) individuele collega’s. Voor de versterking van crisisbeheersing zijn extra middelen nodig. Hiermee moet de bovenregionale en landelijke samenwerking beter georganiseerd en geborgd worden, maar moeten de veiligheidsregio’s ook op regionaal niveau kwalitatief en kwantitatief robuuster worden georganiseerd.

Daarvoor heeft het Ministerie van J&V extra middelen beschikbaar gesteld. Dit betekent dat wij als veiligheidsregio een structurele verhoging van de BDUR-uitkering ontvangen, die oploopt van 1,88 miljoen in 2021 tot 3,39 miljoen in 2026. Deze extra middelen zijn geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke investering om de toenemende druk en complexiteit op de crisisbeheersing het hoofd te kunnen bieden.

Ga naar de inhoud